Algemene voorwaarden van Aannemersbedrijf Beyen B. V.
Artikel 1. Geldigheid van deze voorwaarden.
1.1. Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op alle aanbiedingen van en
op alle overeenkomsten aangegaan door Aannemersbedrijf Beyen B. V. , hierna te
noemen "Beyen", gevestigd te IJsselstein.
1.2. Met het accepteren van een offerte en het geven van een opdracht aan deze
-accepteert een (potentiële) opdrachtgever de toepasselijkheid van de
onderhavige door
Beyen gehanteerde algemene voorwaarden. Deze algemene voorwaarden zullen alsdan
met uitsluiting van andere voorwaarden, welke dan ook, op een door Beyen gedane
offerte en/of op een aan haar gegeven opdracht van toepassing zijn.
1..3. Een van een (potentiële) opdrachtgever van deze algemene voorwaarden
afwijkende voorwaarde kan slechts bij een schriftelijke instemming van Beyen
gelding hebben en haar binden. Een dergelijke schriftelijke instemming zal
slechts gelden voor zolang de uitvoering van een opdracht in het kader waarvan
deze gegeven is voortduurt. Een dergelijke instemming zal dus nimmer verder
kunnen reiken dan de opdracht waarvoor zij werd gegeven.
1.4. Het in het derde lid van dit artikel bepaalde heeft met betrekking tot al
datgene dat daarin is bepaald dezelfde werking in een geval dat een
opdrachtgever zich zou beroepen op algemene voorwaarden, die door een derde voor
het hanteren daarvan zijn opgesteld voor een geval dat de opdrachtgever een
particulier is.
1.5. Datgene dat in het eerste tot en met het vierde lid van dit artikel is
bepaald geldt niet in het geval dat een opdrachtgever zich beroept op de
toepasselijkheid van de "Algemene Voorwaarden voor Verbouwingen 1998", opgesteld
door de "vereniging eigen huis" en het Nederlands Verbond van Ondernemers in de
Bouwnijverheid (NVOB), welke algemene voorwaarden onder andere worden gehanteerd
door de Stichting Bouwgarant.
1.6. Beyen voert haar in het kader van een opdracht uit te voeren werkzaamheden
uit in zogenaamd daggeldwerk (regiewerk), ofwel als zogenaamd aangenomen werk.
Artikel 2. Aangenomen werk.
2.1. In een offerte, aan te nemen werk betreffende, zijn de door Beyen uit te
voeren werkzaamheden volledig omschreven, waar nodig gebaseerd op mee te sturen
tekeningen.
2.2. Alle door haar te verrichten werkzaamheden worden door Beyen uitgevoerd
naar door haar opgegeven, dan wel door haar geaccepteerde, maten en/of gebaseerd
op door haar gemaakte, dan wel geaccepteerde tekeningen. Bij geringe zich bij de
uitvoering van werkzaamheden voordoende maatafwijkingen heeft een opdrachtgever
overigens geen recht om een betaling op te schorten, dan wel om niet te betalen.
2..3. Tenzij anders zal worden overeengekomen zal Beyen gehouden zijn om haar
aanbiedingen gedurende dertig dagen te handhaven.
Artikel 3. Aanbiedingen.
3.1. Elke overige offerte, dat wil zeggen niet aan te nemen werk betreffende,
geschiedt, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, vrijblijvend.
3..2. Een mondelinge aanbieding van Beyen bindt haar slechts na een
schriftelijke bevestiging door haar daarvan.
Artikel 4. Overeenkomsten.
4.1. Een aan haar gegeven mondelinge opdracht kan Beyen slechts binden na haar
schriftelijke bevestiging daarvan aan een desbetreffende opdrachtgever .
4.2. Een door Beyen aangegane overeenkomst zal ontbonden zijn indien aan haar,
zulks te harer beoordeling, zal blijken dat een opdrachtgever niet voldoende
waarborg biedt waar het de betaling van door haar uit te voeren werkzaamheden,
dan wel door haar te verrichten leveranties, betreft. Het is aan Beyen
toegestaan om een onderzoek naar de kredietwaardigheid van een opdrachtgever te
(doen) verrichten. Van het feit van een ontbonden zijn van een overeenkomst op
grond van het hierin vervatte zal Beyen een desbetreffende opdrachtgever
schriftelijk dienen te verwittigen.
4.3. Tenzij uitdrukkelijk anders schriftelijk overeengekomen tussen Beyen en
een (potentiële) opdrachtgever binden (opgegeven) maten, gewichten,
eigenschappen, en dergelijke, van door haar bij een aanbieding geoffreerde, dan
wel van door haar bij de uitvoering van een opdracht gebruikte, materialen en
produkten, alsmede andere gegevens daarvan, vermeld in drukwerken, tekeningen,
afbeeldingen, en dergelijke, haar niet. Behoudens bewijs van het tegendeel wordt
Beyen geacht dergelijke gegevens te goeder trouw te hebben verstrekt.
4.4. Behoudens de instemming van Beyen met betrekking daartoe is een
(potentiële) opdrachtgever verplicht om er voor zorg te dragen dat geen enkel
gegeven van door Beyen bij de uitvoering van een opdracht gebruikte materialen
en producten, alsmede van door haar ten behoeve daarvan gebruikte tekeningen, in
woord of geschrift, of op welke andere wijze dan ook, aan een derde bekend
wordt. Het is met name niet aan een (potentiële) opdrachtgever toegestaan om
kopieën te maken van aan deze door Beyen bij een offerte, of ten behoeve van
een opdracht, verstrekte bescheiden, welke dan ook.
Artikel 5. Afspraken.
Afspraken en/ of overeenkomsten tussen een lid van haar personeel en een
opdrachtgever, dan wel een personeelslid van een opdrachtgever, binden Beyen,
tenzij schriftelijk door haar bevestigd, niet.
Artikel 6. Intellectuele eigendomsrechten.
6.1. Tenzij anders tussen haar en een (potentiële) opdrachtgever zal worden
overeengekomen verblijft elk intellectueel eigendomsrecht waar het door haar aan
deze verstrekte gegevens betreft bij Beyen. Het is aan een (potentiële)
opdrachtgever slechts met uitdrukkelijke toestemming van Beyen toegestaan om
dergelijke gegevens te verveelvoudigen, openbaar te maken, ofwel te kopiëren.
6.2. Al datgene dat in het kader van een offerte en/of een opdracht door Beyen
aan een (potentiële) opdrachtgever wordt verstrekt blijft haar onvervreemdbaar
eigendom, en dient op een eerste verzoek harerzijds onverwijld door deze aan
haar geretourneerd te worden.
6.3. Een (potentiële) opdrachtgever zal aan Beyen bij elke overtreding van het
hierin bepaalde een gefixeerde boete van E. 4.500,-- verbeuren, onverminderd
diens recht om alsdan de gehele door haar deswege geleden en nog te lijden
schade van deze te vorderen.
Artikel 7. Verplichtingen van Beyen.
7.1. Beyen is verplicht om aan haar gegeven opdrachten uit te voeren ingevolge
datgene dat in een desbetreffende overeenkomst werd bepaald.
7.2. Voor zover daarop van toepassing aanvaardt Beyen een aan haar gegeven
opdracht onder het voorbehoud dat de met betrekking daartoe vereiste
vergunningen, ontheffingen, toewijzingen, etc. , tijdig, dat wil zeggen vóórdat
er door haar begonnen dient te worden met de uitvoering van te verrichten
werkzaamheden, zijn verleend.
Artikel 8. Verplichtingen van een opdrachtgever.
8.1. Een opdrachtgever dient, tenzij anders is, of zal worden, overeengekomen,
ervoor zorg te dragen dat Beyen tijdig, dat wil zeggen vóórdat er door haar
begonnen dient te worden met de uitvoering van te verrichten van werkzaamheden,
de beschikking heeft over:
a. alle met betrekking tot een gegeven opdracht vereiste, vergunningen,
ontheffingen, toewijzingen, etc. ;
b. de locatie, respectievelijk de ruimte, waar Beyen werkzaamheden zal moeten
uitvoeren, welke alsdan geheel ontruimd zal moeten zijn;
c. voldoende gelegenheid voor de aanvoer, opslag, en/of afvoer van
bouwmaterialen en werktuigen, etc. , alles op haar aanwijzing;
d. voldoende aansluitmogelijkheden waar het de door haar daarbij benodigde
elektrische energie aangaat, en over voldoende aftappunten voor gas en water,
alles op haar aanwijzing;
e. alle gegevens, waaronder desbetreffende tekeningen, aangaande al datgene dat
zich in, en/of op, en/of aan, en/of onder een locatie, en/of perceel, en/of pand
bevindt, zoals kabels, leidingen, buizen, etc. ;
f. personen die, voor zover benodigd, dienen zorg te dragen voor het toezicht op
voorgeschreven in acht te nemen veiligheidsvoorschriften, en de uitvoering
daarvan, onder andere bij werkzaamheden aan wegen.
8.2. Een opdrachtgever is verplicht om niet, en in elk geval voor zover zulks
reeds op of nabij een locatie van door Beyen te verrichten werkzaamheden
aanwezig is, het door haar daarbij benodigde ter beschikking te stellen, zoals
gas, water, elektriciteit, faciliteiten voor opslag, alsmede andere benodigde
zaken.
8.3. Voor zover een opdrachtgever in het kader van de uitvoering van de
overeenkomst tussen deze en Beyen zich verbonden heeft tot de levering van
bepaalde materialen en/of het verrichten van bepaalde werkzaamheden, is deze
verantwoordelijk en aansprakelijk waar het een niet tijdige levering,
respectievelijk uitvoering, daarvan betreft.
8.4. Voor zover een opdrachtgever verantwoordelijk is voor vertragingen bij het
begin en tijdens het uitvoeren van de door Beyen in het kader van een opdracht
te verrichten werkzaamheden is deze jegens haar aansprakelijk voor door haar
deswege geleden en te lijden schade.
Artikel 9. Uitbesteding van werkzaamheden aan derden.
Het is te allen tijde aan Beyen toegestaan om in het kader van de uitvoering
van een opdracht werkzaamheden door een derde, dan wel derden, te laten
verrichten.
Artikel 10. Onderaanneming.
10.1. In een geval dat Beyen bij de uitvoering van een aan haar verstrekte
opdracht werkzaamheden door een derde, hierna de onderaannemer te noemen, laat
verrichten, dient deze op een eerste verzoek van haar een schriftelijke opdracht
aan haar te verstrekken van de werknemers, die hij/zij, de onderaannemer dus,
ten behoeve van de uitvoering van de desbetreffende opdracht werkzaamheden laat
verrichten.
10.2. Op een eerste desbetreffend verzoek zal de onderaannemer aan haar de
loonstaten laten zien van de werknemers, die hij/zij in het kader van de door
Beyen verstrekte opdracht, werkzaamheden laat uitvoeren, alsmede opgave doen
alwaar door die werknemers werkzaamheden zijn verricht el) van de aldaar
gewerkte uren.
10.3. De onderaannemer staat er jegens Beyen voor in dat hij/zij alle
verplichtingen voortvloeiende uit de sociale verzekeringswetten en de
belastingwetgeving nakomt, en vrijwaart haar aldus in dat raam.
10.4. De onderaannemer is verplicht om op een eerste verzoek van Beyen aan deze
schriftelijk de naam en het adres van de bedrijfsvereniging waar hij/zij bij is
aangesloten en het bewijs van die inschrijving te verstrekken, alsmede
zijn/haar loonbelastingnummer .
10.5. De onderaannemer is tevens verplicht om op een eerste verzoek van Beyen
verklaringen over te leggen aangaande zijn/haar betalingsgedrag waar het aan de
bedrijfsvereniging en de belastingdienst te verrichten betalingen betreft.
10.6. De onderaannemer verplicht zich om op een eerste verzoek van Beyen aan
haar te laten zien dat hij/zij zijn/haar verplichtingen ten opzichte van de
bedrijfsvereniging en de belastingdienst volledig en correct administreert.
10.7. Aan Beyen komt te allen tijde het recht toe om onder inhouding daarvan op
door haar aan de onderaannemer te betalen bedragen in diens plaats aan de
bedrijfsvereniging en de belastingdienst die bedragen af te dragen, die hij/zij
in het kader van de uitvoering van de overeenkomst tussen hem/haar en Beyen aan
die instanties heeft te voldoen.
10.8. a. Onverminderd al het overige in dit artikel bepaalde, is de
onderaannemer verplicht om de in de Coördinatiewet Sociale Verzekering bedoelde
G-rekening beschikbaar te hebben.
b. Indien en voor zolang de onderaannemer het nummer van diens G-rekening (nog)
niet aan Beyen zal hebben doorgegeven zal deze gerechtigd zijn om aan hem/haar
de betaling op te schorten van die bedragen, die hij/zij in het kader van de
opdracht van Beyen aan hem/haar aan de bedrijfsvereniging en de belastingdienst
heeft af te dragen.
c. Beyen kan te allen tijde bedragen, die de onderaannemer in het kader van
door hem/haar uitgevoerde werkzaamheden aan de bedrijfsvereniging en de
belastingdienst heeft af te dragen, op diens G-rekening overmaken. Met een
desbetreffende overdracht zal Beyen voor wat betreft dat gedeelte van haar
betalingsverplichtingen aan de onderaannemer ten opzichte van deze gekweten
zijn.
10.9. a.De onderaannemer kan slechts bij toestemming van Beyen door haar aan
hem/haar opgedragen werkzaamheden door een derde, dan wel derden, laten
uitvoeren.
b. Elke dergelijke derde zal als het ware als een werknemer van de onderaannemer
worden beschouwd, dan wel, voor zover het daarbij om een onderneming zal gaan,
zal al datgene dat in dit artikel is bepaald mutatis mutandis tévens ten aanzien
van deze onderneming gelding hebben, dan wel ten aanzien daarvan doorwerking
hebben.
10.10. De onderaannemer zal aan Beyen bij elke overtreding van het hierin
bepaalde een gefixeerde boete van E. 4.500,-- verbeuren, onverminderd diens
recht om alsdan de gehele door haar deswege geleden en nog te lijden schade van
hem/haar te vorderen.
Artikel 11. Prijswijzigingen.
Beyen is te allen tijde gerechtigd om na het verlenen van een opdracht aan haar
verhogingen van haar kosten tengevolge van wijzigingen in lonen, premies en
arbeidsvoorwaarden, etc. , aan haar opdrachtgever door te berekenen. Zo ook is
zij gerechtigd om voor haar onvoorziene wijzigingen in materiaalprijzen, en in
de prijzen van door haar te leveren andere goederen, aan haar opdrachtgever door
te berekenen.
Artikel 12. Meer-en minderwerk.
12.1. Aan Beyen opgedragen werkzaamheden en door haar uit te voeren leveranties
zijn strikt beperkt tot datgene dat schriftelijk tussen haar en een
opdrachtgever is overeengekomen.
12.2. In afwijking van het in het eerste lid van dit artikel bepaalde kunnen
Beyen en een opdrachtgever nadien overeenkomen dat er meer, dan wel minder, zal
worden uitgevoerd en/of geleverd dan oorspronkelijk tussen hen werd
overeengekomen. Het meerdere zal alsdan door Beyen aan de opdrachtgever in
rekening worden gebracht. Het mindere zal niet worden berekend, dan wel in een
voorkomend geval worden verrekend.
12.3. Indien en voor zover Beyen tijdens het uitvoeren van een opdracht
geconfronteerd zal worden met voor haar onvoorzienbare kostenverhogende
factoren, zal zij gerechtigd zijn om zulks aan een opdrachtgever door te
erekenen.
Artikel 13. Materialen.
13.1. Tenzij uitdrukkelijk anders tussen haar en een opdrachtgever is
overeengekomen, zal Beyen bij het uitvoeren van een haar gegeven opdracht waar
het de daarbij door haar te leveren en te verwerken materialen aangaat gebruik
maken van materialen in de normaal gangbare handelskwaliteit.
13.2. Bij de uitvoering van haar werkzaamheden door haar verwijderde goederen
kunnen, zo zij dat wenst en als de opdrachtgever daartegen geen bezwaar heeft,
aan Beyen toevallen. Voor zover van toepassing is Beyen alsdan gehouden tot de
betaling van een billijke vergoeding daarvoor .
13.3. Een geringe afwijking in een eigenschap van een materiaal, welke dan ook,
zal voor een opdrachtgever geen reden kunnen zijn om het gebruik daarvan af te
wijzen. Bij een beoordeling of het in een voorkomend geval al dan niet om een
geringe afwijking gaat, zal er worden uitgegaan van een gemiddelde van het
desbetreffende materiaal.
Artikel 14. Annuleringen.
14.1. In het geval dat een opdrachtgever een aan Beyen gegeven opdracht
annuleert, zal deze alle reeds door haar in het kader van de opdracht gemaakte
kosten (aanschaf grondstoffen, materialen, loonbetalingen, etc.) hebben te
vergoeden, alsmede bij wege van schadeloosstelling éénderde van het met haar
overeengekomen totaalbedrag tegen hetwelk zij de opdracht zou uitvoeren. In een
dergelijk geval zal een opdrachtgever Beyen voorts hebben te vrijwaren ingeval
van vorderingen van derden, te maken hebbende met de desbetreffende annulering.
Een dergelijke opdrachtgever zal na de betaling door hem/haar aldus betaalde
grondstoffen en materialen, voor zover althans de levering daarvan mogelijk zal
zijn.
14.2. Betaling door een opdrachtgever van datgene dat in het eerste lid van dit
artikel is bepaald laat het recht aan Beyen onverlet om daarnaast van deze
betaling te vorderen van het gehele door haar door een annulering geleden
schade.
14.3. Tenzij tussen partijen anders werd overeengekomen, geven het al dan niet
verlenen van subsidies, het al dan niet verkrijgen van financieringen, alsmede
onvoorziene omstandigheden, aan een opdrachtgever nimmer een recht om tot het
annuleren door hem/haar van een aan Beyen gegeven opdracht te komen.
Artikel 15. Leveringstermijnen.
15.1. In een geval dat enige door haar geoffreerde, dan wel bevestigde, termijn
van levering en/of oplevering overschreden wordt, kan daarvan aan Beyen slechts
een verwijt worden gemaakt voor zover een dergelijke overschrijding aan haar
doen en/of laten valt toe te schrijven. In elk geval kan zulk een verwijt niet
aan Beyen worden gemaakt, casu quo kan zij niet verantwoordelijk en
aansprakelijk gehouden worden voor enige schade als gevolg van een dergelijke
overschrijding.
15.2. Bij het niet afnemen door deze van door haar voor een opdrachtgever
bestelde goederen, zal Beyen, terwijl zij ter beschikking van zulk een
opdrachtgever blijven, de betreffende goederen waar mogelijk voor diens rekening
en risico (doen) opslaan.
Artikel 16. Oplevering.
16.1. Een door haar uitgevoerd werk, dan wel project, wordt geacht door Beyen
aan de opdrachtgever te zijn opgeleverd op het tijdstip dat zij schriftelijk aan
deze te kennen geeft dat het betreffende werk, dan wel project, gereed is, dan
wel op het tijdstip dat deze het betreffende werk, dan wel project, in gebruik
heeft genomen.
16.2. In het geval dat een door Beyen met een opdrachtgever overeengekomen
opleverings- termijn wordt overschreden tengevolge van een gebeurtenis, die in
feite buiten haar macht ligt en aldus niet aan haar doen en/of laten kan worden
toegeschreven, zoals verder omschreven in artikel 19 lid 1 van deze algemene
voorwaarden, wordt deze termijn automatisch verlengd met de periode dat zij
tengevolge van een dergelijke gebeurtenis werd overschreden.
Artikel 17. Reclames.
17.1. Een opdrachtgever wordt geacht prompt na aflevering van goederen, casu quo
na de oplevering van een werk, tot de inspectie daarvan over te gaan, en om
daaraan geconstateerde gebreken ter stond aan Beyen te melden. Elke
opdrachtgever wordt, behoudens in een geval van een niet te constateren gebrek,
bij het ontbreken van binnen acht dagen na af - en/of oplevering van een
betreffend goed en/of werk aan Beyen gerichte reclames akkoord te zijn gegaan
met de staat waarin zulk een goed en/of werk op het moment van de af- en/of
oplevering verkeerde.
17.2. Beyen zal in staat gesteld moeten worden om een bij haar ingediende
reclame te controleren. Zij is alleen verplicht om een schriftelijk door haar
erkend gebrek te verhelpen.
17.3. Indien een opdrachtgever en Beyen in onderling overleg besluiten om ter
beslechting daarvan een geschil over enig in dit artikel bepaalde aan een derde
voor te leggen, dan zullen de kosten, die deze derde in een voorkomend geval
voor zijn werkzaamheden zal berekenen voor rekening komen van de partij, die
door hem/haar in het ongelijk wordt gesteld.
17.4. In elk geval dat Beyen een gebrek zal moeten verhelpen zal zij tot niet
meer gehouden dan tot datgene dat zij in het kader daarvan zal moeten
verrichten. In elk geval dat een gebrek niet te verhelpen zal zijn, en dat er
deswege door Beyen een vergoeding betaald zal moeten worden, zal de alsdan door
haar te betalen vergoeding, met inbegrip van gemaakte kosten, nimmermeer kunnen
bedragen dan het factuurbedrag van het desbetreffende geleverde goed, casu qou
van het desbetreffende opgeleverde werk.
Artikel 18. Aansprakelijkheid.
18.1. Beyen kan niet gehouden worden tot het vergoeden van enige schade, die
een direct of indirect gevolg is van:
a. een gebeurtenis, die in feite buiten haar macht ligt en aldus niet aan haar
doen en/of laten kan worden toegeschreven, zoals verder omschreven in artikel 19
lid 1 van deze algemene voorwaarden;
b. enige daad of nalatigheid van een opdrachtgever, diens ondergeschikten, dan
wel enige andere persoon, die door of vanwege deze te werk is gesteld.
18.2. Beyen is slechts op de vergoeding van een schade, welke dan ook, en door
welke oorzaak dan ook, aan te spreken voor zover een schade het bedrag waarvoor
zij zich voor schade heeft verzekerd niet te boven gaat. Zij is nimmer
aansprakelijk voor meer dan dat.
18.3. Beyen zal hoe dan ook nimmer gehouden zijn tot het vergoeden van
gevolgschade, door welke gebeurtenis een dergelijke schade dan ook is ontstaan.
Artikel 19. Overmacht.
19.1. Als gebeurtenissen die in feite buiten de macht van Beyen liggen, dan wel
niet aan haar doen en/of laten kunnen worden toegeschreven, worden in elk geval
beschouwd: onwerkbaar weer als gevolg van welk weersomstandigheid dan ook;
belemmeringen door derden, die van overheden inbegrepen; belemmeringen in het
vervoer; gehele of gedeeltelijke werkstakingen, oproeren, oorlogen of
oorlogsgevaren, zowel hier te lande als in landen van herkomst van materialen,
uitsluitingen, verlies of beschadigingen van goederen bij het transporteren
daarvan, het niet of niet tijdig leveren van goederen aan Beyen door diens
leveranciers; ex- en importverboden; branden, storingen en ongevallen in het
bedrijf van Beyen of van diens leverancier; het verbranden van middelen van
vervoer van Beyen of diens leverancier, het optreden van storingen daaraan, het
betrokken raken bij ongevallen daarvan; het opleggen van heffingen, of het nemen
door de overheid van andere maatregelen, wijzigingen in feitelijke
omstandigheden teweeg brengende.
19.2. Bij het zich voordoen van een gebeurtenis, zoals aangegeven in het eerste
lid van dit artikel zal Beyen niet alleen niet gehouden kunnen worden tot het
vergoeden van enige schade als een direct of een indirect gevolg daarvan, maar
zal zij tevens vooralsnog ontheven zijn van haar verplichting tot levering, dan
wel het uitvoeren van overeengekomen werkzaamheden. Het zal van de
omstandigheden van elk geval op zich afhangen of dat geheel, dan wel
gedeeltelijk het geval zal zijn en zal blijven, dan wel of er slechts sprake zal
zijn van een opschorting van levering en/of uitvoering. Bij een blijvende
onmogelijkheid van levering en/of uitvoering, zoals overeengekomen, zal de
desbetreffende overeenkomst beschouwd worden als te zijn geannuleerd, dan wel
als te zijn ontbonden. Bij een zich voordoende mogelijkheid om alsnog, zij het
gewijzigd, te leveren en/of uit te voeren, zullen zowel Beyen als diens
opdrachtgever, eventueel onder aanpassing van de door de laatste aan de eerste
te betalen bedragen, gehouden zijn om die te benutten.
Artikel 20. Eigendomsvoorbehoud.
20.1. Elk door Beyen aan een opdrachtgever geleverd goed blijft haar eigendom
tot aan de volledige betaling daarvan door deze aan haar .
20.2. Zolang een door haar aan een opdrachtgever geleverd goed nog niet door
deze aan haar is betaald komt aan Beyen te allen tijde het recht toe om op een
eerste vordering met betrekking daartoe door haar aan deze het desbetreffende
goed tot zich te nemen. In een geval dat een opdrachtgever in een staat van
surséance van betaling, faillissement, of liquidatie komt te verkeren, dan wel
bij beslaglegging(en), komt aan Beyen het recht toe om, zonder enige
voorafgaande aankondiging door haar aan deze, geleverde goederen, die nog niet
door deze aan haar betaald zijn, meteen tot zich te nemen.
20.3. Zolang een opdrachtgever een door Beyen aan deze geleverd goed onbetaald
laat, is deze niet gerechtigd tot het verrichten van enige daad van beschikking
met betrekking tot dat goed, zoals bijvoorbeeld het verpanden van het
desbetreffende goed.
Artikel 21. "Wanprestatie" en ontbinding.
21.1. Bij elk niet nakomen van een opdrachtgever, zoals met haar werd
overeengekomen, zal deze zonder voorafgaande ingebrekestelling met betrekking
daartoe ten opzichte van Beyen in gebreke zijn.
21.2. Onverminderd het in het Burgerlijk Wetboek te dien aanzien bepaalde komt
aan Beyen bij elk niet nakomen van een opdrachtgever het recht toe om het
nakomen van haar verbintenissen voortvloeiende uit de desbetreffende
overeenkomst op te schorten, dan wel om deze, al dan niet gedeeltelijk,
buitengerechtelijk te ontbinden.
21.3. In een geval dat een opdrachtgever in een staat van surséance van
betalingsfaillissement, of liquidatie komt te verkeren, ons land metterwoon
verlaat, zijn onderneming vervreemdt, dan wel bij beslaglegging(en), is het in
het tweede lid van dit artikel geformuleerde eveneens van toepassing. Indien
zich één of meerdere van deze gevallen voordoen zullen alle vorderingen, die
Beyen alsdan op een dergelijke opdrachtgever zal hebben, ter stond door haar op
deze opeisbaar zijn.
Artikel 22. Betalingen.
22.1. Elke aan Beyen door een opdrachtgever verschuldigde betaling dient,
tenzij schriftelijk anders tussen haar en deze is overeengekomen, binnen
veertien dagen na de datum van facturering aan haar te zijn verricht.
22.2. Bij elke overschrijding van een opdrachtgever van de hierin gestelde
betalingstermijn is Beyen gerechtigd om aan deze vanaf de datum van facturering
over het bedrag van de factuur een rente van 1,25 procent per maand in rekening
te brengen.
22.3. Bij elke overschrijding van een opdrachtgever van de hierin gestelde
betalingstermijn is Beyen voorts gerechtigd om van deze de betaling te vorderen
van alle kosten, die door haar buiten zowel als in rechte gemaakt dienen te
worden om de voldoening van haar vordering(en) te verkrijgen, waaronder in elk
geval zijn begrepen de honoraria van eventuele door haar ingeschakelde
advocaten, procureurs, zaakwaarnemers, incassobureaus, gerechtsdeurwaarders .
22.4. Door Beyen te maken buitengerechtelijke kosten worden minimaal,
onverminderd de vanwege een overschrijding van de betalingstermijn te betalen
rente, gesteld op 15 procent van de hoofdsom, met een minimum van E. 200,-- per
geval. Indien de werkelijk te maken, dan wel gemaakte, buitengerechtelijke
kosten hoger liggen dan 15 procent, dan is Beyen gerechtigd om in een
voorkomend geval het totaalbedrag van deze werkelijke buitengerechtelijke kosten
aan een opdrachtgever in rekening te brengen.
Artikel 23. Geschillen.
Elk geschil dat zich tussen een opdrachtgever en Beyen zal voordoen zal, met
uitsluiting van elk ander gerechtelijk forum, ter beslechting daarvan aan de
burgerlijke rechter worden voorgelegd. Indien niet anders dwingendrechtelijk
bepaald, is de rechter van de woonplaats van Beyen aangewezen om van een
dergelijk geschil kennis te nemen.
Algemene voorwaarden voor aannemingen in het bouwbedrijf 1992 (AVA 1992)
Overeenkomst van aanneming van werk
Artikel 1: OFFERTE
1. De offerte wordt schriftelijk uitgebracht, behoudens spoedeisende
omstandigheden.
2. In de schriftelijke offerte wordt onder meer aangegeven:
a. de plaats van het werk;
b. een omschrijving van het werk;
c. volgens welke tekeningen, technische omschrijvingen, ontwerpen en
berekeningen het werk zal worden uitgevoerd;
d. het tijdstip van aanvang van het werk;
e. de termijn waarbinnen het werk zal worden opgeleverd;
f. de prijs van het in de offerte omschreven werk, de omzetbelasting daarin niet
begrepen. De aannemer vermeldt in de offerte afzonderlijk het bedrag van de
verschuldigde omzetbelasting;
g. of betaling van de aannemingssom in termijnen zal plaatsvinden;
h. of op het werk een risicoregeling van toepassing zal zijn, en zo ja welke;
i. of met stelposten rekening is gehouden, en zo ja met welke:
j. of hoeveelheden verrekenbaar zullen zijn, en zo ja welke;
k. de toepasselijkheid van deze algemene voorwaarden op de offerte en op de
daaruit voortvloeiende aannemingsovereenkomst.
3. De termijn waarbinnen het werk zal worden opgeleverd wordt bepaald door
hetzij een bepaalde dag, hetzij een aantal werkbare werkdagen te noemen.
4. De offerte wordt gedagtekend en geldt ingaande die dag gedurende dertig
dagen.
5. De offerte dient vergezeld te gaan van:
a. een exemplaar van deze algemene voorwaarden;
b. een exemplaar van de in de offerte van toepassing verklaarde risicoregeling.
6. Tekeningen, technische omschrijvingen, ontwerpen en berekeningen, die door de
aannemer of in zijn opdracht vervaardigd zijn, blijven eigendom van de aannemer.
Zij mogen niet aan derden ter hand worden gesteld of getoond met het oogmerk een
vergelijkbare offerte te verkrijgen. Zij mogen evenmin worden gekopieerd of
anderszins vermenigvuldigd.
Indien geen opdracht wordt verleend dienen deze bescheiden binnen 14 dagen na
een daartoe door de aannemer gedaan verzoek franco aan hem te worden
teruggezonden
7. Wanneer de offerte niet wordt geaccepteerd, is de aannemer gerechtigd de
kosten die gemoeid zijn met het totstandbrengen van de offerte aan degene op
wiens verzoek hij de offerte uitbracht in rekening te brengen, indien hij zulks
voor het uitbrengen van de offerte heeft bedongen.
Artikel 2: RISICOREGELING
Onverminderd de toepasselijkheid van een risicoregeling voor de verrekening van
wijzigingen van lonen en prijzen, blijven, ten aanzien van de opdrachtgever die
bij het sluiten van de overeenkomst niet heeft gehandeld in de uitoefening van
zijn beroep of bedrijf, kostenverhogingen die zich voordoen binnen drie maanden
na totstandkoming van de overeenkomst en het gevolg zijn van bedoelde
wijzigingen van lonen en prijzen, voor rekening van de aannemer.
Artikel 3: VERPLICHTINGEN VAN DE OPDRACHTGEVER
1. De opdrachtgever zorgt ervoor dat de aannemer tijdig kan beschikken:
- over de voor de opzet van het werk benodigde gegevens en goedkeuringen (zoals
vergunningen, ontheffingen en beschikkingen), zo nodig in overleg met de
aannemer;
- over het gebouw, het terrein of het water waarin of waarop het werk moet
worden
uitgevoerd;
- over voldoende gelegenheid voor aanvoer, opslag en/of afvoer van bouwstoffen
en hulpmiddelen;
- over aansluitingsmogelijkheden voor elektrische machines, verlichting,
verwarming, gas, perslucht en water.
2. De benodigde elektriciteit, gas en water zijn voor rekening van de
opdrachtgever.
3. De opdrachtgever dient ervoor te zorgen, dat door anderen uit te voeren
werkzaam- heden en/of leveringen, die niet tot het werk van de aannemer behoren,
zodanig en zo tijdig worden verricht, dat de uitvoering van het werk daarvan
geen vertraging ondervindt.
Artikel 4: AANSPRAKELIJKHEID VAN DE OPDRACHTGEVER
1. De opdrachtgever draagt de verantwoordelijkheid voor de door of namens hem
voorgeschreven constructies en werkwijzen, daaronder begrepen de invloed, die
daarop door de bodemgesteldheid wordt uitgeoefend, alsmede voor de door of
namens hem gegeven orders en aanwijzingen.
2. Indien bouwstoffen of hulpmiddelen, die de opdrachtgever ter beschikking
heeft
gesteld, dan wel door hem zijn voorgeschreven, gebreken mochten hebben, is de
opdrachtgever aansprakelijk voor de daardoor veroorzaakte schade.
3. De gevolgen van de naleving van wettelijke voorschriften of beschikkingen van
overheidswege die na de dag van de offerte in werking treden, komen voor
rekening van de opdrachtgever, tenzij redelijkerwijs moet worden aangenomen dat
de aannemer die gevolgen reeds op de dag van de offerte had kunnen voorzien.
4. De opdrachtgever is aansprakelijk voor schade aan het werk als gevolg van
door hem of in zijn opdracht door derden uitgevoerde werkzaamheden of verrichte
leveringen.
5. Indien na de totstandkoming van de overeenkomst blijkt dat het bouwterrein
verontreinigd is of de uit het werk komende bouwstoffen verontreinigd zijn, is
de
opdrachtgever aansprakelijk voor de daaruit voor de uitvoering van het werk
voortvloeiende gevolgen.
Artikel 5: VERPLICHTINGEN VAN DE AANNEMER
1. De aannemer is verplicht het werk goed en deugdelijk en naar de bepalingen
van de overeenkomst uit te voeren. De aannemer dient het werk zodanig uit te
voeren, dat daardoor schade aan persoon, goed of milieu zoveel mogelijk wordt
beperkt.
De aannemer is voorts verplicht de door of namens de opdrachtgever gegeven
orders en aanwijzingen op te volgen.
2. De uitvoering van het werk moet zodanig zijn, dat de totstandkoming van het
werk binnen de overeengekomen termijn verzekerd is.
3. Het werk en de uitvoering daarvan zijn voor verantwoordelijkheid van de
aannemer met ingang van het tijdstip van aanvang tot en met de dag waarop het
werk als opgeleverd wordt beschouwd.
4. Indien de aard van het werk hiertoe aanleiding geeft, stelt de aannemer zich
voor aanvang van het werk op de hoogte van de ligging van kabels en leidingen.
5. De aannemer wordt geacht bekend te zijn met de voor de uitvoering van het
werk van belang zijnde wettelijke voorschriften en beschikkingen van
overheidswege, voor zover deze op de dag van de offerte gelden. De aan de
naleving van deze voorschriften en beschikkingen verbonden gevolgen zijn voor
zijn rekening.
6. De aannemer is verplicht de opdrachtgever te wijzen op onvolkomenheden in
door of namens de opdrachtgever voorgeschreven constructies en werkwijzen en in
door of namens de opdrachtgever gegeven orders en aanwijzingen, alsmede op
gebreken in door de opdrachtgever ter beschikking gestelde of voorgeschreven
bouwstoffen en hulpmiddelen, voor zover de aannemer deze kende of redelijkerwijs
behoorde te kennen.
7. De aannemer vrijwaart de opdrachtgever tegen aanspraken van derden tot
vergoeding van schade, voor zover deze door de uitvoering van het werk is
toegebracht en te wijten is aan nalatigheid, onvoorzichtigheid of verkeerde
handelingen van de aannemer, zijn personeel, zijn onderaannemers of zijn
leveranciers.
Artikel 6: AANSPRAKELIJKHEID VAN DE AANNEMER
1. Onverminderd de aansprakelijkheid van partijen krachtens de overeenkomst of
de wet is de aannemer aansprakelijk voor schade aan het werk, tenzij deze schade
het gevolg is van buitengewone omstandigheden tegen de schadelijke gevolgen
waarvan de aannemer in verband met de aard van het werk geen passende
maatregelen heeft behoeven te nemen en het onredelijk zou zijn de schade voor
zijn rekening te doen komen.
2. De aannemer is aansprakelijk voor schade aan andere werken en eigendommen van
de opdrachtgever voor zover deze door de uitvoering van het werk is toegebracht
en te wijten is aan nalatigheid, onvoorzichtigheid of verkeerde handelingen van
de aannemer, zijn personeel, zijn onderaannemers of zijn leveranciers.
Artikel 7: UITVOERINGSDUUR, UITSTEL VAN OPLEVERING EN SCHADEVERGOEDING WEGENS
TE LATE OPLEVERING
1. Indien de termijn, waarbinnen het werk zal worden opgeleverd, is uitgedrukt
in werkbare werkdagen, wordt onder werkdag verstaan een kalenderdag, tenzij deze
valt op een algemeen of ter plaatse van het werk erkende, of door de overheid
dan wel bij of krachtens collectieve arbeidsovereenkomst voorgeschreven rust- of
feestdag, vakantiedag of andere niet individuele vrije dag.
Werkdagen, respectievelijk halve werkdagen, worden als onwerkbaar beschouwd,
wanneer daarop door niet voor rekening van de aannemer komende omstandigheden
gedurende ten minste vijf uren, respectievelijk ten minste twee uren, door het
grootste deel van de arbeiders of machines niet kan worden gewerkt.
2. Als de oplevering van het werk zou moeten geschieden op een dag die niet een
werkdag is zoals omschreven in het eerste lid, geldt de eerstvolgende werkdag
als de overeengekomen dag van oplevering.
3. De aannemer heeft recht op verlenging van de termijn waarbinnen het werk zal
worden opgeleverd indien door overmacht, door voor rekening van de opdrachtgever
komende omstandigheden, of door wijziging in de overeenkomst dan wel in de
voorwaarden van uitvoering, niet van de aannemer kan worden gevergd dat het werk
binnen de overeengekomen termijn wordt opgeleverd.
4. Bij overschrijding van de termijn waarbinnen het werk zal worden opgeleverd.
is de aannemer aan de opdrachtgever per werkdag zoals omschreven in het eerste
lid, een gefixeerde schadevergoeding verschuldigd van f 50,-, tenzij een ander
bedrag is overeengekomen. De gefixeerde schadevergoeding kan worden verrekend
met hetgeen de opdrachtgever de aannemer nog verschuldigd is.
Bij de bepaling van de overschrijding van de termijn van oplevering geldt als
dag van oplevering, in afwijking van het bepaalde in artikel 9, eerste lid, de
dag waarop de aannemer overeenkomstig artikel 8, eerste lid, de opdrachtgever
heeft uitgenodigd tot opneming van het werk, mits het werk vervolgens,
overeenkomstig het bepaalde in dat artikel is of geacht wordt te zijn
goedgekeurd.
5. Indien de aanvang of de voortgang van het werk wordt vertraagd door factoren,
waarvoor de opdrachtgever verantwoordelijk is, dienen de daaruit voor de
aannemer voortvloeiende schade en kosten door de opdrachtgever te worden
vergoed.
Artikel 8: OPNEMING EN GOEDKEURING
1. Een redelijke termijn voor de dag waarop het werk naar de mening van de
aannemer voltooid zal zijn, nodigt de aannemer de opdrachtgever schriftelijk uit
om tot opneming van het werk over te gaan.
De opneming geschiedt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen acht dagen na de
hiervoor bedoelde dag. De opneming vindt plaats door de opdrachtgever in
aanwezigheid van de aannemer en strekt ertoe, te constateren of de aannemer aan
zijn verplichtingen uit de overeenkomst heeft voldaan.
2. Nadat het werk is opgenomen, wordt door de opdrachtgever aan de aannemer
binnen acht dagen schriftelijk medegedeeld, of het werk al dan niet is
goedgekeurd, in het eerste geval met vermelding van de eventueel aanwezige
kleine gebreken als bedoeld in het zesde lid, in het laatste geval met
vermelding van de gebreken, die de reden voor onthouding van de goedkeuring
zijn. Wordt het werk goedgekeurd, dan wordt als dag van goedkeuring aangemerkt
de dag waarop de desbetreffende mededeling aan de aannemer is verzonden.
3. Wordt niet binnen acht dagen na de opneming een schriftelijke mededeling of
het werk al dan niet is goedgekeurd, aan de aannemer verzonden, dan wordt het
werk geacht op de achtste dag na de opneming te zijn goedgekeurd.
4. Geschiedt de opneming niet binnen acht dagen na de in het eerste lid bedoelde
dag, dan kan de aannemer bij aangetekende brief een nieuwe aanvrage tot de
opdrachtgever richten, met verzoek het werk binnen acht dagen op te nemen.
Voldoet de opdrachtgever niet aan dit verzoek, dan wordt het werk geacht op de
achtste dag na de in het eerste lid bedoelde dag te zijn goedgekeurd. Voldoet de
opdrachtgever wel aan dit verzoek, dan vinden het tweede en derde lid
overeenkomstige toepassing.
5. Het werk wordt geacht te zijn goedgekeurd indien en voorzover het in gebruik
wordt genomen. De dag van ingebruikneming van het werk of een gedeelte daarvan
geldt als dag van goedkeuring van het werk of van het desbetreffende gedeelte.
6. Kleine gebreken, die gevoeglijk in de onderhoudstermijn kunnen worden
hersteld, zullen geen reden tot onthouding van goedkeuring mogen zijn, mits zij
een eventuele ingebruikneming niet in de weg staan.
7. Met betrekking tot een heropneming na onthouding van goedkeuring vinden de
bovenvermelde bepalingen overeenkomstige toepassing.
Artikel 9: OPLEVERING EN ONDERHOUDSTERMIJN
1. Het werk wordt als opgeleverd beschouwd, indien het overeenkomstig artikel 8
is of geacht wordt te zijn goedgekeurd. De dag, waarop het werk is of geacht
wordt te zijn goedgekeurd, geldt als dag waarop het werk als opgeleverd wordt
beschouwd.
2. De aannemer is verplicht de in artikel 8, zesde lid, bedoelde kleine gebreken
zo spoedig mogelijk te herstellen.
De onderhoudstermijn beloopt 30 dagen en gaat in onmiddellijk na de dag waarop
het werk overeenkomstig het eerste lid als opgeleverd wordt beschouwd.
De aannemer is verplicht gebreken welke in de onderhoudstermijn aan de dag
treden, zo spoedig mogelijk te herstellen, met uitzondering echter van die
waarvoor de opdrachtgever op grond van artikel 4, eerste lid,
verantwoordelijkheid draagt, of waarvoor hij op grond van artikel 4, tweede lid,
aansprakelijk is
Artikel 10: AANSPRAKELIJKHEID NA OPLEVERING
1. Na het verstrijken van de onderhoudstermijn is de aannemer niet meer
aansprakelijk voor tekortkomingen aan het werk, behoudens indien het werk of
enig onderdeel daarvan door schuld van de aannemer, zijn leverancier, zijn
onderaannemer of zijn personeel een gebrek bevat dat door de opdrachtgever
redelijkerwijs niet eerder onderkend had kunnen worden en de aannemer van dat
gebrek binnen redelijke termijn na ontdekking mededeling is gedaan.
2. De rechtsvordering uit hoofde van het in het vorige lid bedoelde gebrek is
niet ontvankelijk, indien zij wordt ingesteld na verloop van vijf jaren na het
verstrijken van de onderhoudstermijn.
Ingeval het in het eerste lid bedoelde gebrek echter als een ernstig gebrek moet
worden aangemerkt, is de rechtsvordering niet ontvankelijk, indien zij wordt
ingesteld na verloop van tien jaren na het verstrijken van de onderhoudstermijn.
Een gebrek is slechts dan als een ernstig gebrek aan te merken indien het de
hechtheid van het gebouw of van een essentieel onderdeel daarvan in gevaar
brengt.
Artikel 11: SCHORSING, BEËINDIGING VAN HET WERK IN
ONVOLTOOIDE STAAT EN OPZEGGING
1. De opdrachtgever is bevoegd de uitvoering van het werk geheel of gedeeltelijk
te schorsen. Voorzieningen, die de aannemer ten gevolge van de schorsing moet
treffen, worden als meer werk verrekend.
Schade die de aannemer tengevolge van de schorsing lijdt, dient hem te worden
vergoed .
2. Indien gedurende de schorsing schade aan het werk ontstaat, komt deze niet
voor de rekening van de aannemer, mits hij de opdrachtgever tevoren schriftelijk
heeft gewezen op dit aan de schorsing verbonden gevolg.
3. Indien de schorsing langer dan 14 dagen duurt, kan de aannemer bovendien
vorderen, dat hem een evenredige betaling voor het uitgevoerde gedeelte van het
werk wordt gedaan. Daarbij wordt rekening gehouden met op het werk aangevoerde,
nog niet verwerkte maar wel reeds door de aannemer betaalde bouwstoffen.
4. Indien de schorsing van het werk langer dan een maand duurt, is de aannemer
bevoegd het werk in onvoltooide staat te beëindigen. In dat geval dient
overeenkomstig het volgende lid te worden afgerekend.
5. De opdrachtgever is te allen tijde bevoegd de overeenkomst geheel of
gedeeltelijk op te zeggen. De aannemer heeft in dat geval recht op de
aannemingssom, vermeerderd met de kosten die hij als gevolg van de niet
voltooiing heeft moeten maken en verminderd met de hem door de beëindiging
bespaarde kosten.
De aannemer zendt de opdrachtgever een gespecificeerde eindafrekening van
hetgeen de opdrachtgever ingevolge de opzegging verschuldigd is.
Artikel 12: BOUWSTOFFEN
1. Alle te verwerken bouwstoffen moeten van goede hoedanigheid zijn, geschikt
zijn voor hun bestemming en voldoen aan de gestelde eisen.
2. De aannemer stelt de opdrachtgever in de gelegenheid bouwstoffen te keuren.
De keuring dient te geschieden bij de aankomst hiervan op het werk (eventueel op
overeengekomen monsters) of bij de eerste gelegenheid daarna, mits in dat
laatste geval de voortgang van het werk niet in gevaar komt. De aannemer is
bevoegd bij de keuring aanwezig te zijn of zich te doen vertegenwoordigen.
3. De opdrachtgever is bevoegd bouwstoffen door derden te laten onderzoeken.
De daaraan verbonden kosten komen voor zijn rekening, behalve ingeval van
afkeuring, in welk geval de kosten voor rekening van de aannemer komen.
Door de opdrachtgever ter beschikking gestelde bouwstoffen worden geacht te zijn
goedgekeurd.
4. Zowel de opdrachtgever als de aannemer kunnen ingeval van afkeuring van
bouwstoffen vorderen dat een in onderling overleg getrokken, door beiden
gewaarmerkt verzegeld monster wordt bewaard.
5. De uit het werk komende bouwstoffen, waarvan de opdrachtgever heeft verklaard
dat hij ze wenst te behouden, dienen door hem van het werk te worden verwijderd.
Alle andere bouwstoffen worden door de aannemer afgevoerd, onverminderd de
aansprakelijkheid van de opdrachtgever op grond van artikel 4, vijfde lid.
6. Voor de aangevoerde bouwstoffen draagt de opdrachtgever het risico van
verlies en/of beschadiging vanaf het moment waarop zij op het werk zijn
aangevoerd gedurende de tijd dat deze daar buiten de normale werktijden onder
toezicht van de opdrachtgever verblijven.
Artikel 13: MEER EN MINDER WERK
1. Verrekening van meer en minder werk vindt plaats:
a. ingeval van wijzigingen in de overeenkomst dan wel de voorwaarden van
uitvoering;
b. ingeval van afwijkingen van de bedragen van de stelposten;
c. ingeval van afwijkingen van verrekenbare hoeveelheden;
d. in de gevallen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, en artikel 19.
2. Indien bij de eindafrekening van het werk blijkt dat het totaalbedrag van het
minder werk het totaalbedrag van het meer werk overtreft, heeft de aannemer
recht op een bedrag gelijk aan 10% van het verschil van die totalen.
3. Wijzigingen in de overeenkomst dan wel de voorwaarden van uitvoering zullen
schriftelijk worden overeengekomen. Het gemis van een schriftelijke opdracht
laat de aanspraken van de aannemer en van de opdrachtgever op verrekening van
meer en minder werk onverlet. Bij gebreke van een schriftelijke opdracht rust
het bewijs van de wijziging op degene die de aanspraak maakt.
4. Stelposten zijn in de overeenkomst genoemde bedragen, die in de aannemingssom
zijn begrepen en die bestemd zijn voor hetzij - het aanschaffen van bouwstoffen,
hetzij
- het aanschaffen van bouwstoffen en het verwerken daarvan, hetzij
- het verrichten van werkzaamheden, welke op de dag van de overeenkomst
onvoldoende nauwkeurig zijn bepaald en welke door de opdrachtgever nader moeten
worden ingevuld. Ten aanzien van iedere stelpost wordt in de overeenkomst
vermeld waarop deze betrekking heeft.
5. Bij de ten laste van stelposten te brengen uitgaven wordt gerekend met de aan
de aannemer berekende prijzen respectievelijk de door hem gemaakte kosten, te
verhogen met een aannemersvergoeding van 10%.
6. Indien een stelpost uitsluitend betrekking heeft op het aanschaffen van
bouwstoffen, zijn de kosten van het verwerken daarvan in de aannemingssom
begrepen en worden deze niet afzonderlijk verrekend.
Deze kosten zullen echter worden verrekend ten laste van de stelpost, waarop de
aanschaffing van die bouwstoffen wordt verrekend voor zover zij door de
invulling die aan de stelpost wordt gegeven hoger zijn dan die waarmee de
aannemer redelijkerwijs rekening heeft moeten houden.
7. Indien een stelpost betrekking heeft op het aanschaffen van bouwstoffen en
het
verwerken daarvan, zijn de kosten van verwerking niet in de aannemingssom
begrepen en worden deze afzonderlijk ten laste van de stelpost verrekend.
8. Indien in de overeenkomst verrekenbare hoeveelheden zijn opgenomen,
en deze hoeveelheden te hoog of te laag blijken om het werk tot stand te
brengen, zal verrekening plaats vinden van de uit die afwijking voortvloeiende
meer of minder kosten.
Artikel 14: BETALING IN TERMIJNEN
1. Indien betaling in termijnen is overeengekomen, zendt de aannemer telkens bij
of na het verschijnen van een betalingstermijn de desbetreffende termijnfactuur
aan de opdrachtgever toe. De door de opdrachtgever aan de aannemer verschuldigde
omzet belasting wordt afzonderlijk vermeld.
2. De aannemer is bevoegd het bedrag van een termijn op de factuur te verhogen
met een kredietbeperkingstoeslag van maximaal 2%. De toeslag wordt verschuldigd
indien betaling plaatsvindt na de in het derde lid aangegeven vervaldag.
3. Betaling van een termijn dient plaats te vinden uiterlijk 14 dagen na de dag
waarop de aannemer de termijnfactuur aan de opdrachtgever heeft toegezonden, een
en ander onverminderd het bepaalde in artikel 16.
Artikel 15: EINDAFREKENING
1. Binnen een redelijke termijn na de oplevering dient de aannemer de
eindafrekening in.
2. De eindafrekening biedt een volledig overzicht van al hetgeen partijen over
en weer ingevolge de overeenkomst verschuldigd zijn en waren. In de
eindafrekening wordt daartoe onder meer opgenomen:
- de aannemingssom
- een specificatie van het meer en minder werk
- een specificatie van al hetgeen partijen overigens op grond van de
overeenkomst van elkaar te vorderen hebben en hadden.
3. Het bedrag van de eindafrekening wordt gevormd door op het saldo,
voortvloeiend uit het in het vorige lid bedoelde overzicht, hetgeen reeds is
betaald in mindering te brengen.
De berekening van de door de opdrachtgever aan de aannemer te vergoeden
omzetbelasting geschiedt afzonderlijk.
4. De aannemer is bevoegd het bedrag van de eindafrekening op de factuur te
verhogen met een kredietbeperkingstoeslag van maximaal 2%. De toeslag wordt
verschuldigd indien en voor zover de betaling plaatsvindt na de in het vijfde
lid aangegeven vervaldag.
5. Betaling van het aan de aannemer verschuldigde bedrag van de eindafrekening
dient plaats te vinden uiterlijk 30 dagen na de dag waarop de aannemer de
eindafrekening heeft ingediend, een en ander onverminderd het bepaalde in
artikel 16.
Artikel 16: OPSCHORTING EN BETALING
Indien het uitgevoerde werk niet voldoet aan de overeenkomst heeft de
opdrachtgever het recht de betaling geheel of gedeeltelijk op te schorten. Het
met de opschorting gemoeide bedrag dient in redelijke verhouding te staan tot de
tekortkoming.
Artikel 17: IN GEBREKE BLIJVEN VAN DE OPDRACHTGEVER
1. Indien de opdrachtgever met de betaling van hetgeen hij ingevolge de
overeenkomst aan de aannemer verschuldigd is in gebreke blijft, is hij daarover
met ingang van de vervaldag de wettelijke rente verschuldigd.
Indien na verloop van 14 dagen na de vervaldag nog geen betaling heeft
plaatsgevonden, wordt het in de voorgaande zin bedoelde rentepercentage met 2
verhoogd.
2. Indien de opdrachtgever niet tijdig betaalt, is de aannemer gerechtigd tot
invordering van het verschuldigde over te gaan, mits hij de opdrachtgever
schriftelijk heeft aangemaand om alsnog binnen 7 dagen te betalen en die
betaling is uitgebleven.
Indien de aannemer tot invordering overgaat, zijn de daaraan verbonden
buitengerechtelijke kosten voor rekening van de opdrachtgever. De aannemer is
gerechtigd deze kosten te fixeren op 10% van de verschuldigde hoofdsom.
3. Indien de opdrachtgever een termijn niet tijdig betaalt, is de aannemer
gerechtigd het werk stil te leggen tot het moment waarop de verschuldigde
termijn is voldaan, mits hij de opdrachtgever schriftelijk heeft aangemaand om
alsnog binnen 7 dagen te betalen en die betaling is uitgebleven. Het in de
vorige zin bepaalde laat onverlet het recht van de aannemer op vergoeding van
schade, kosten en interessen.
4. Indien gedurende het op grond van het vorige lid stilliggen van het werk
schade aan het werk ontstaat, komt deze niet voor rekening van de aannemer, mits
hij de opdrachtgever tevoren schriftelijk heeft gewezen op dit aan het
stilleggen verbonden gevolg.
Artikel 18: IN GEBREKE BLIJVEN VAN DE AANNEMER
1. Indien de aannemer zijn verplichtingen terzake van de aanvang of de
voortzetting van het werk niet nakomt en de opdrachtgever hem in verband daarmee
wenst aan te manen, zal de opdrachtgever hem schriftelijk aanmanen om zo spoedig
mogelijk de uitvoering van het werk aan te vangen of voort te zetten.
2. De opdrachtgever is bevoegd het werk door een derde te doen uitvoeren of
voortzetten, indien de aannemer na verloop van 7 dagen na ontvangst van de in
het vorige lid bedoelde aanmaning in gebreke blijft. In dat geval heeft de
opdrachtgever recht op vergoeding van de uit het in gebreke blijven van de
aannemer voortvloeiende schade en kosten.
3. De opdrachtgever zorgt ervoor, dat de kosten, die voor de aannemer
voortvloeien uit de toepassing van het vorige lid, binnen redelijke grenzen
blijven.
Artikel 19: GEWIJZIGDE UITVOERING
Indien tijdens de uitvoering van het werk blijkt, dat het werk of een onderdeel
daarvan door onvoorziene omstandigheden slechts gewijzigd kan worden uitgevoerd,
treedt de partij die het eerst met deze omstandigheid bekend wordt in overleg
met de andere partij.
De aannemer wijst de opdrachtgever daarbij op de financiële consequenties.
Een overeengekomen gewijzigde uitvoering wordt als meer en minder werk
verrekend.
Artikel 20: ONMOGELIJKHEID VAN UITVOERING
Indien de uitvoering van het werk onmogelijk wordt doordat de zaak waarop of
waaraan het werk moet worden uitgevoerd tenietgaat of verloren raakt zonder dat
dit aan de aannemer kan worden toegerekend, is deze gerechtigd tot een evenredig
deel van de overeengekomen prijs op grondslag van de verrichte arbeid en
gemaakte kosten.
In geval van opzet of grove schuld van de opdrachtgever heeft de aannemer recht
op een bedrag berekend overeenkomstig artikel 11, vijfde lid.
Artikel 21: GESCHILLEN
1. Voor de beslechting van de in dit artikel bedoelde geschillen doen partijen
afstand van hun recht deze aan de gewone rechter voor te leggen, behoudens
ingeval van het nemen van conservatoire maatregelen en de voorzieningen om deze
in stand te houden en behoudens de in het derde lid omschreven bevoegdheid.
2. Alle geschillen - daaronder begrepen die, welke slechts door een der partijen
als zodanig worden beschouwd - die naar aanleiding van deze overeenkomst of van
de overeenkomsten die daarvan een uitvloeisel zijn, tussen opdrachtgever en
aannemer mochten ontstaan, worden beslecht door arbitrage overeenkomstig de
regelen beschreven in de statuten van de Raad van Arbitrage voor de
Bouwbedrijven in Nederland, zoals deze drie maanden voor het tot stand komen van
de overeenkomst luiden.
3. In afwijking van het tweede lid kunnen geschillen, welke tot de competentie
van de kantonrechter behoren, ter keuze van de meest gerede partij ter
beslechting aan de bevoegde kantonrechter worden voorgelegd.
Toelichting op model I - 1.0.0.
AVA 1992
Het Bouwproces nader belicht
In het hierna volgende overzicht wordt aangegeven op welke momenten in het
bouwproces de AVA 1992 de aannemer tot opletten of zelfs tot handelen noopt.
Getracht is het bouwproces zoveel mogelijk stap voor stap te volgen. Eerst wordt
de situatie beschreven dat een aannemer een overeenkomst van aanneming heeft
gesloten, daarna komt de situatie aan bod dat de aannemer een regieovereenkomst
heeft gesloten.
AVA 1992, aanneming van werk
1. Offerte
- Indien de aannemer zijn offertekosten vergoed wil zien voor het geval het
niet tot een opdracht komt, zal hij dit voor het uitbrengen van de offerte aan
de opdrachtgever moeten meedelen (art. 1 lid 7).
- Indien bij het uitbrengen van een offerte geen gebruik wordt gemaakt van het
standaard-offerteformulier en de aannemer de AVA 1992 wel van toepassing wil
verklaren, dient hij een exemplaar van de AVA 1992 met de offerte mee te sturen
(art. 1 lid 5 sub a).
- Indien de aannemer in de offerte verwijst naar een risicoregeling, dient hij
die risicoregeling met de offerte mee te sturen (art. 1 lid 5 sub b).
- Indien de aard van het werk daartoe aanleiding geeft, stelt de aannemer zich
voor aanvang van het werk op de hoogte van de ligging van kabels en leidingen (art.
5 lid 4). Omdat de ligging van kabels en leidingen van invloed kan zijn op de
prijsaanbieding, doet de aannemer er verstandig aan reeds in het offertestadium
informatie te verzamelen over de ligging van kabels en leidingen (indien de aard
van het werk daartoe aanleiding geeft).
2. Verplichtingen opdrachtgever
- De opdrachtgever dient te zorgen voor de voor opzet van het werk benodigde
gegevens en goedkeuringen. De aannemer dient de (vaak ondeskundige)
opdrachtgever desgevraagd wel bij te staan met advies terzake (art. 3 lid 1).
- De opdrachtgever dient zorg te dragen voor aansluitingsmogelijkheden voor
elektrische machines, verlichting e.d. (art. 3 lid 1). Bij een particuliere
opdrachtgever zal de aannemer er rekening mee moeten houden dat deze niet
eenvoudig voor aansluitingsmogelijkheden kan zorgen die afwijken van de voor
privé-gebruik gangbare aansluitingsmogelijkheden (bijvoorbeeld krachtstroom).
- De opdrachtgever dient te zorgen voor voldoende gelegenheid voor aanvoer,
opslag en afvoer van bouwstoffen en hulpmiddelen (art. 3 lid 1). Indien de
aannemer op dit gebied speciale wensen heeft, doet hij er verstandig aan dit
vooraf aan de opdrachtgever te melden.
- Indien de aannemer vertraging ondervindt doordat de opdrachtgever niet aan
zijn in art. 3 lid 1 genoemde verplichtingen voldoet (voor gegevens en
goedkeuringen zorgen; zorgen dat de aannemer er feitelijk bij kan; zorgen voor
aanvoer, opslag en afvoer van bouwstoffen en hulpmiddelen; zorgen voor
aansluitingsmogelijkheden), dient de aannemer de opdrachtgever daarop - liefst
schriftelijk - te wijzen onder vermelding van tijd- en kostenconsequenties. Zie
hierna onder 7.
3. Bouwstoffen
- Indien de opdrachtgever bouwstoffen wenst te keuren, dient de aannemer hem
hiertoe de gelegenheid te geven bij aankomst van de bouwstoffen op het
werkterrein (art. 12 lid 2).
- Indien de opdrachtgever te kennen geeft dat hij uit het werk komende
bouwstoffen wenst te behouden, dient hij deze zelf te verwijderen (art. 12 lid
5).
4. Waarschuwingsplicht
- De aannemer is verplicht de opdrachtgever te wijzen op onvolkomenheden in
door of namens de opdrachtgever voorgeschreven constructies en werkwijzen en in
door of namens de opdrachtgever gegeven orders en aanwijzingen, alsmede op
gebreken in door de opdrachtgever ter beschikking gestelde of voorgeschreven
bouwstoffen en hulpmiddelen, voorzover de aannemer deze kende of redelijkerwijs
behoorde te kennen (art. 5 lid 6). De aannemer dient zich te realiseren dat zijn
waarschuwingsplicht zwaarder weegt naarmate de opdrachtgever minder deskundig
is.
5. Meerwerk
- Indien de opdrachtgever mondeling opdracht geeft tot meerwerk, doet de
aannemer er verstandig aan die opdracht zo spoedig mogelijk schriftelijk te
bevestigen. Weliswaar laat het gemis van een schriftelijke opdracht de
aanspraken van de aannemer op verrekening van meerwerk onverlet (art. 13 lid 3),
maar een schriftelijk bewijs van de opdracht tot meerwerk voorkomt veel
problemen bij de afrekening van uitgevoerd meerwerk.
6. Termijnbetaling
- Indien betaling van de aannemingssom in termijnen plaatsvindt, dient de
aannemer de termijnfacturen bij of na het verschijnen van de betalingstermijnen
te verzenden (art. 14 lid 1).
- De aannemer is bevoegd het bedrag van een termijn op de factuur te verhogen
met een kredietbeperkingstoeslag van maximaal 2%. Deze toeslag wordt
verschuldigd indien betaling plaatsvindt na de vervaldag (art.14 lid 2).
- Indien de opdrachtgever niet tijdig betaalt, is hij wettelijk rente
verschuldigd met ingang van de vervaldag (art. 17 lid 1). Indien na 14 dagen na
de vervaldag nog steeds geen betaling heeft plaatsgevonden, wordt het
rentepercentage met 2 verhoogd (art. 17 lid 1).
- Indien de opdrachtgever niet tijdig betaalt, is de aannemer bevoegd tot
invordering, mits hij de opdrachtgever schriftelijk heeft aangemaand om alsnog
binnen 7 dagen te betalen en die betaling is uitgebleven (art. 17 lid 2). De
aannemer die tot invordering wenst over te gaan, zal de opdrachtgever dus eerst
schriftelijk moeten aanmanen om alsnog binnen 7 dagen te betalen. Indien de
aannemer tot invordering overgaat kan hij aanspraak maken op vergoeding van
buitengerechtelijke kosten. De aannemer kan deze kosten fixeren op 10% van de
verschuldigde hoofdsom (art. 17 lid 2).
- Indien de opdrachtgever een termijn niet tijdig betaalt, is de aannemer
bevoegd het werk stil te leggen, mits de aannemer een aanmaning heeft verzonden
om alsnog binnen 7 dagen te betalen en die betaling is uitgebleven (art. 17 lid
3). De aannemer die het werk wenst stil te leggen, zal de opdrachtgever dus
eerst schriftelijk moeten aanmanen binnen 7 dagen te betalen.
- De aannemer die het werk wenst stil te leggen, dient de opdrachtgever tevoren
schriftelijk te wijzen op het feit dat het risico voor het werk gedurende het
stilleggen niet voor rekening van de aannemer komt (art. 17 lid 4).
7. Tijd
- De aannemer heeft onder meer recht op schadevergoeding en
termijnsverlenging indien door voor rekening van de opdrachtgever komende
omstandigheden het werk niet op tijd kan worden opgeleverd (art. 7 lid 3).
Indien het werk van de aannemer vertraging ondervindt waarvoor de opdrachtgever
verantwoordelijk is dient de aannemer de opdrachtgever daarop te wijzen
(schriftelijk of mondeling met schriftelijke bevestiging). De aannemer doet er
verstandig aan meteen tijd- en kostenconsequenties van de vertraging te
vermelden.
Mogelijke vertragingsoorzaken:
- uitvoering juridisch of feitelijk niet tijdig mogelijk gemaakt door de
opdrachtgever;
- derden lopen in de weg;
- ter beschikking gestelde of voorgeschreven bouwstoffen niet tijdig
beschikbaar;
- verontreiniging bouwterrein;
- schorsing door opdrachtgever;
- verlies of beschadiging van bouwstoffen waarvoor opdrachtgever
verantwoordelijk is;
- meerwerk.
8. Aanmaning door de opdrachtgever
- Indien de aannemer zijn verplichtingen met betrekking tot de aanvang of de
voortzetting van het werk niet nakomt, kan de
opdrachtgever hem schriftelijk aanmanen om zo spoedig mogelijk de uitvoering van
het werk aan te vangen of voort te zetten (art. 18 lid 1). Indien de aannemer na
verloop van 7 dagen na deze aanmaning nog steeds in gebreke is, kan de
opdrachtgever het werk voor rekening van de aannemer door een derde laten
uitvoeren of voortzetten (art. 18 lid 2).
- Indien de aannemer geen gevolg geeft (of: kan geven) aan de aanmaning en het
werk door een derde wordt uitgevoerd, doet de aannemer er verstandig aan, erop
toe te zien dat de kosten die met deze uitvoering gemoeid zijn binnen redelijke
grenzen blijven.
De opdrachtgever is namelijk verplicht ervoor te zorgen dat deze kosten binnen
de perken blijven (art. 18 lid 3).
9. Schorsen door de opdrachtgever
- De opdrachtgever is bevoegd de uitvoering van het werk te schorsen (art. 11
lid 1).
Indien de aannemer door de schorsing schade lijdt, dient de opdrachtgever deze
te vergoeden.
- Indien de opdrachtgever de uitvoering van het werk schorst, dient de aannemer
hem zo snel mogelijk schriftelijk te waarschuwen dat daarmee het risico voor
schade aan het werk overgaat op de opdrachtgever (art. 11 lid 2).
10. Onvoorziene omstandigheden
- Indien de aannemer het eerst op de hoogte raakt van onvoorziene
omstandigheden, die een gewijzigde uitvoering noodzakelijk maken, dient hij de
opdrachtgever hiervan op de hoogte te stellen. Hij dient de opdrachtgever
daarbij te wijzen op de financiële consequenties (art. 19).
11. Opneming en oplevering
- De aannemer dient de opdrachtgever binnen een redelijke termijn voor
voltooiing van het werk uit te nodigen tot opneming. De opneming geschiedt zo
spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 8 dagen na voltooiing (art. 8 lid 1).
- De aannemer doet er verstandig aan zelf bij de opneming aanwezig te zijn.
Dit met het oog op:
- een goede verstandhouding met de opdrachtgever; er kan dan bijvoorbeeld
gesproken worden over (herstel van) eventuele gebreken;
- de mogelijkheid dat sommige werken onmiddellijk kunnen worden goedgekeurd;
wellicht geeft de opdrachtgever die goedkeuring (desgevraagd) meteen (hoewel hij
daarvoor formeel 8 dagen de tijd heeft; art. 8 lid 2);
- een eventueel voornemen van de opdrachtgever het werk af te keuren hoewel er
eigenlijk slechts “kleine gebreken zijn (die geen reden tot onthouding van
goedkeuring mogen zijn; zie art. 8 lid 6).
- Indien het werk niet tijdig is opgenomen, dient de aannemer bij aangetekende
brief een nieuwe aanvraag tot de opdrachtgever te richten (art. 8 lid 4).
- De aannemer dient de “kleine gebreken die bij opneming geconstateerd zijn,
alsmede de gebreken die in de onderhoudstermijn zijn opgekomen zo spoedig
mogelijk te herstellen (art. 9 lid 2). Daarbij dient de aannemer zich te
bedenken dat de opdrachtgever niet is gehouden tot - volledige - betaling van de
eindafrekening voordat de zojuist genoemde gebreken hersteld zijn (art. 16).
12. Eindafrekening
- De aannemer dient binnen een redelijke termijn na oplevering de
eindafrekening in (art. 15 lid 1).
- De aannemer is bevoegd het bedrag van de eindafrekening te verhogen met een
kredietbeperkingstoeslag van maximaal 2%. Deze toeslag wordt verschuldigd indien
betaling plaatsvindt na de vervaldag (art. 15 lid 4).
- Indien de opdrachtgever niet tijdig betaalt, is hij met ingang van de
vervaldag de wettelijke rente verschuldigd (art. 17 lid 1). Indien na 14 dagen
na de vervaldag nog geen betaling heeft plaatsgevonden wordt de wettelijke rente
met 2 punten verhoogd (art. 17 lid 1).
- Indien de opdrachtgever niet tijdig betaalt is de aannemer bevoegd tot
invordering, mits hij de opdrachtgever schriftelijk heeft aangemaand om alsnog
binnen 7 dagen te betalen en die betaling is uitgebleven (art. 17 lid 2). De
aannemer die tot invordering wenst over te gaan, zal de opdrachtgever dus eerst
schriftelijk moeten aanmanen alsnog binnen 7 dagen te betalen. De aannemer is
daarbij gerechtigd de buitengerechtelijke kosten in rekening te brengen en deze
te fixeren op 10% van de verschuldigde hoofdsom (art. 17 lid 2).
13. Na oplevering
- Met het oog op eventuele aansprakelijkheid na oplevering doet de aannemer
er verstandig aan zijn administratie van het werk ten minste 20 jaar na het
einde van de onderhoudstermijn te bewaren. De wet gaat uit van een
aansprakelijkheid gedurende 20 jaar! Gedurende die tijd kunt u het contract
nodig hebben om aan te tonen, dat u gedurende een kortere periode aan te spreken
bent.
14. Wijzigingen
Breng in de tekst van de Algemene Voorwaarden voor Aannemingen in het
Bouwbedrijf 1992 (AVA 1992) geen wijzigingen aan!
Als opdrachtgever en aannemer overeenkomen om op onderdelen van deze voorwaarden
af te wijken vermeld dit dan in de overeenkomst op een aparte door partijen te
ondertekenen bijlage!
15. Gefixeerde schadevergoeding
De gefixeerde schadevergoeding bij overschrijding van de overeengekomen
bouwtijd in art. 7 lid 4 van de algemene voorwaarden is uitgedrukt in NLG en
dient i.g.v. toepassing te worden omgerekend in euro's.